24. Politiek, bestuur en maatschappij

Een participerend onderzoek naar het functioneren van de rechts- en verzorgingsstaat

Vorm van het werk: tekst

Aard van het werk: fictie (‘biopt’) en gebaseerd op waarnemingen van wetenschappelijk onderzoek

Uit de inhoud
405 dagen gegijzeld door de bureaucratie
Joop Idema was een geslaagd staatsdienaar en welvarend burger. Hij werd indirect gegijzeld doordat een dementerende wordt opgesloten in een tehuis buiten zijn instemming als vertegenwoordiger. Na 1½ jaar kan hij de geïnterneerde uit het tehuis halen en elders laten verzorgen. Daarbij wordt hijzelf met politiegeweld en een straf bedreigd. Hij verliest contact door afwijzing, bedreiging en kritiek van zijn naaste omgeving. Hij voelt zich een vreemdeling en ‘outcast’ in eigen land, statenloos met als enige sociale binding de taal.
Hij stelt: “Ik teken hierbij aan dat ik verantwoordelijke posities in het staatsbestel bekleed heb met groot afbreukrisico voor bedrijfsleven en werknemers, waarvoor ik heb kunnen beschikken over bevoegdheden, menskracht en middelen. Ik heb vastgesteld dat ik bij de zorgverlening geen of zeer weinig keuzes en zelfstandige beslissingen heb kunnen nemen zonder exploitatie, misbruik, bedrog, bedreiging, intimidatie, ontneming van wettelijke rechten, economische sancties, aantasting van privacy, obstructie van zaakwaarneming, onrechtmatige taak- en lastenverzwaring en valse beschuldiging van een strafbaar feit. Tot de direct en indirect verantwoordelijken behoren ministeries in opeenvolgende bewindslieden. Verder behoren leerkrachten, geestelijke leiders van een religieuze sekte, huwelijksmakelaars, relatiebemiddelaars, buren, familieleden, artsen, verpleeghuizen, verzekeraars en (juridische) dienstverleners tot de direct verantwoordelijken.’
Hij stelt: “Ik heb door loopbaan en zorgtaak een gang door de instituties gemaakt. Uit woede en als verwerking heb ik een onderzoek gedaan en mij gespecialiseerd in politieke ethiek en maatschappelijk moraal. Ik had al eerder een stichting opgericht met als doel goed leven en menszijn te bevorderen. Voor mijn leven en loopbaan leidt het een en ander tot een ‘exit’ uit politiek en maatschappij. Ik heb het hoogste bestuurlijke niveau verantwoordelijk gesteld. Mijn middelen zijn uitgeput. Ik kan nu strijd voeren en de voldoening en waardering oogsten dat ik op hoog niveau ‘speel’.
De mens is niet gemaakt om alleen te zijn. Dat is een antropologisch gegeven.
Het bestaan met en voor anderen brengt met zich mee dat we aarzelen. Dienstbaarheid hoeft geen slaafsheid te zijn. Je wordt gelukkig als je je ondergeschikt maakt aan iets wat je zelf als belangrijk beschouwt. Wat velen tegenwoordig slaafs vinden en velen zich misbruikt voelen, kan een autonome keuze (geweest) zijn.
Mijn leidersrol heeft me geleerd om niet voor maar achter de troep te lopen zo ook mijn zorgtaak. Ik stond op tegen een systeem om de menselijke waardigheid te verdedigen. Ik kreeg te maken met een tegenmacht die mij met haar handlangers, meelopers en wegkijkers duidelijk maakte dat ik mijn bestaan op het spel zette en dat ik er alleen voor stond. Het was een eenzame strijd tegen een overmacht die arrogant en machtsbelust lijkt, met mijn woord als enige wapen tegen een tegenstander die mensen van vlees en bloed gijzelt. Wees vastberaden en standvastig, was mijn motto om een sterk verdedigingswerk op te zetten, een onderhandelingsstrategie in stelling te brengen, op het goede moment in te grijpen en de hoogst verantwoordelijke aansprakelijk te stellen. Hoe kon ik met mijzelf in het reine komen? Dat ik mijn geliefde gered had uit een hol van de leeuw gold als voldoening. Dat ik mijn belagers kon confronteren met hun praktijken om klokkenluiders om te kopen, om voor extern gebruik grootse plannen te ontvouwen, was een pleister op de wonde. Dat ik medestanders had gehad die er onder door gingen, hun beschermeling aan een voortijdig einde zagen komen, was een pijnlijke bevestiging van wat ik gevreesd had. Dat mijn vrienden mij achteraf bewonderden om de veranderingen die ik in de zorg en behandeling had ontketend, was voor mij zout in de wonden strooien. Het herinnerde mij er aan hoe zij weggekeken hadden, mij hadden voorgehouden hoe slecht het elders was en hoe het anderen verging, mij hadden ingewreven dat ik een vergeefse strijd tegen onrecht voerde of dat ik een conflict met de machthebbers niet kon winnen. Het maakte mij woedend en verdrietig over hoe ik mij had laten intimideren en negeren door een rechter, een advocaat, een notaris, een bevriende directeur van een zorginstelling, een bevriend lid van een cliëntenraad en een dominee/geestelijk verzorger, allemaal ‘vrienden’.
Dat ik mijn geliefde had verloren doordat zij ongeneeslijk ziek werd, was een slag die ik zelf moest uitvechten.
Ik had een zware tol betaald door mijn loopbaan en levenswerk op te moeten offeren. Toen realiseerde ik mij dat ik er een innige band met haar aan over had gehouden. Ik zag hoe zij in haar nieuwe wereld floreerde met toegewijde verzorgers. Ik mocht niet opgeven. Ik moest nu van mijzelf doorgaan met mijn strijd en de vroegere liefde, meeleven en aandacht van mijn geliefde verinnerlijken. Het moest vanaf nu van mijn innerlijke ‘drive’ komen: moedig en standvastig te zijn.
Toen kwam het moment dat de nieuwe verzorgers ander belangen kregen en hun eigen weg gingen en ik weer alleen stond voor de zorg.
Citaat:
‘Ik teken hierbij aan dat ik verantwoordelijke posities in het staatsbestel bekleed heb met groot afbreukrisico voor bedrijfsleven en werknemers. Ik heb kunnen beschikken over bevoegdheden, menskracht en middelen. De constellatie was zodanig dat ik geen of zeer weinig keuzes en zelfstandige beslissingen heb kunnen nemen zonder exploitatie, misbruik, bedrog, bedreiging, intimidatie, ontneming van wettelijke rechten, economische sancties, aantasting van privacy, obstructie van zaakwaarneming, onrechtmatige taak- en lastenverzwaring en valse beschuldiging van een strafbaar feit. Tot de direct en indirect verantwoordelijken behoren vier ministeries en opeenvolgende bewindslieden.
Verder behoren leerkrachten, geestelijke leiders van een religieuze sekte, huwelijksmakelaars, relatiebemiddelaars, familieleden, artsen, verpleeghuizen, verzekeraars en (juridische) dienstverleners tot de direct verantwoordelijken voor kwade trouw, chantage, discriminatie, afwijzing of uitsluiting.’
Het werk en de publieke druk zijn oorzakelijke factoren. De strijdbaarheid van groepen die met elkaar een discussie aangaan is een betere zaak waardig voor een samenleving die volgens complexe regels en processen moet functioneren.
De in de jaren tachtig ontstane cultuur kan burgers en organisaties in professionele situaties brengen waarin grensoverschrijdend gedrag wordt gefaciliteerd. Willen mensen op een betekenisvolle manier met elkaar samenleven, dan heeft iedereen daarin een verantwoordelijkheid. Het gevaar is dat de scheidslijnen en kloven tussen groepen en individuen gereproduceerd worden. Er is nu op verschillende terreinen (taalgebruik, gebruik van sociale media en commerciële programmatuur) al sprake van een onomkeerbare ontwikkeling.
Ik deed een onderzoek naar leiderschap en nam als voorbeelden enkele grote wereldleiders als Trump, Merkel, May en Macron. Eén van de conclusies was dat leiders op een bepaald moment moeten ‘leveren’ wat ze beloofd hebben willen ze hun steun en geloofwaardigheid niet verliezen. De leider die geconfronteerd wordt met een volkswil die zij of hij zelf niet voor staat bewijst leiderschap te bezitten als hij of zij standvastig die volkswil trouw blijft wanneer het landsbelang dat vereist, alle kritiek van een intellectuele elite ten spijt.

Inhoudsopgave. Boesten, A.; 405 dagen gegijzeld door de bureaucratie, 2019, manuscript

Bron: Boesten, A.; Het (on)geluk in Nederland te leven. Over vrijheid en gelijkheid in de verzorgingsstaat; 2015; ISBN 9785463189866
Trefwoorden: ethiek, autonomie, politiek, bestuur, verzorgingsstaat, vrijheid, gelijkheid, rechtvaardigheid, respect voor menselijke waardigheid
NUR 600, 805, 825,860