33. Verander je leven

Levenskunde kan geleerd worden. Nut en noodzaak van biografische en concrete context

Vorm van het werk: tekst

Aard van het werk: compilatie van gevalsbeschrijvingen met vragen en annotaties.

Over het werk: aan de hand van biografische schetsen van (historische) persoonlijkheden en anonieme personen wordt een analyse en evaluatie geboden van de (morele) kwaliteit van leven en menszijn. De achterliggende stelling luidt dat goed leven en menszijn een kunst en een kunde is, zowel bestaande uit ervaring als uit improvisatie en emotionele intelligentie.

Uit de inhoud
Geval 16. Gepaste levensstijl in de moderne samenleving bij respectloosheid en onfatsoenlijkheid van anderen

Alle sociale groepen in Nederland, van linkse intellectuelen tot zorgeloze levensgenieters, vinden criminaliteit, verval van normen en waarden en de problemen in de gezondheidszorg de belangrijkste maatschappelijke kwesties. Dat blijkt uit een onderzoek van het NIPO onder 2000 Nederlanders.
“Wij hadden die strakke gezagsverhoudingen niet nodig. Wij hielden niet van kadaverdiscipline. Wij losten onze problemen wel op een ludieke manier op. Wij papten en hielden nat. Kwajongens waren altijd aardige kwajongens. Intussen is het Nederlandse kind veruit het slechtst opgevoede en slechtst gemanierde kind van Europa”¹
De meeste mensen moeten overtuigd worden van en gemobiliseerd worden door middel van manoeuvreren, slimheid en politieke gewiekstheid om het goede te doen.
Een voorbeeld van een integer opererende manager was Walter Avatar ². Twee van zijn medewerkers hadden problemen met normaal functioneren, de een was veel afwezig wegens ziekte (wat later een drankprobleem bleek te zijn) en de ander was weinig productief en werkte te weinig uren omdat hij veraf woonde en op dezelfde tijd als anderen van huis ging en weer thuis kwam. Avatar sprak beiden op hun functioneren aan, maar realiseerde zich te weinig dat sancties weinig effect sorteren op het gedrag en dat breken met gewoonten zoals veel drinken of te laat komen meer vereist in een bedrijfscultuur die primair voor tolerant en sociaal wil doorgaan. Daar kwam als belangrijke factor bij dat de directeur van Avatar zijn aandacht verdeelde over iedereen die hem maar wilde spreken. Dat nu bleek voor de medewerkers van Avatar een makkelijker weg dan hun drankprobleem of chronisch te weinig uren beschikbaar zijn aan te pakken. De twee medewerkers van Avatar zagen hun kans schoon en vonden een machtige bondgenoot in de directeur. Avatar moest bakzeil halen voor zijn directeur en zijn medewerkers ook al zei hij dat hij het niet juist vond. Hij had van zich laten horen, maar verloor alle gezag over zijn medewerkers, die zelfs een campagne begonnen om Avatar invloed te neutraliseren. Hij moest erkennen dat hij zonder macht ‘niet eens een hond zover kon krijgen dat hij tegen hem blafte’ om met Machiavelli te spreken. Met slimheid en ‘politieke’ belangenbehartiging had hij de boycot en de controverses misschien kunnen voorkomen. In plaats daarvan wilde hij zichzelf in de spiegel kunnen blijven aankijken, maar dat ging ten koste van marginalisering van zijn rol in de organisatie.

Vragen
Is een assertieve, op autonomie gebaseerde levensstijl te combineren met fatsoen en respect voor de ander?
Is er een balans tussen het eigen welzijn en moreel activisme (als je het gedrag van Avatar zo mag karakteriseren)?
Welk succes in de loopbaan is er weggelegd voor mensen in organisaties waarin Avatar werkt?

Overwegingen op maatschappelijk niveau
1. De diagnose is correct en de urgentie van het probleem is terecht aangegrepen als iets dat hoge prioriteit verdient, maar het is nog te bezien of overheidsinvloed gerechtvaardigd is, nog los van de vraag of ze werkt bij een mentaliteit van ‘Dat zullen we nog wel eens zien’ die overigens deels door diezelfde overheid is opgeroepen of getolereerd, die zich nu opwerpt als hersteller van het morele verval.
Bumperkleven, beledigen, bedreigen of betasten zijn vormen van onfatsoen. Als een grens is overschreden, dan niet zalvend praten of een kortzichtig projectje starten, maar justitie inschakelen of de medeburger aanspreken op aantasting van collectieve goederen. De logische consequentie hiervan is een nieuw individueel recht op schadevergoeding bij schade aan gemeenschappelijk bezit. Dat loopt van het eisen van schadevergoeding van iemand die bloemen plukt in een openbaar plantsoen tot een claim tegen (ex-)ministers wegens schuldige onwetendheid omtrent fraude bij het verwerven van overheidsopdrachten.
Tevens impliceert een dergelijk recht dat er op no cure no pay-basis rechtsbijstand beschikbaar moet zijn. Op individueel niveau is een ‘tit for tat’-gedrag het meest gepast (de speltheorie en het onderzoek wijzen uit dat een strategie van gepaste reacties het effectiefst is bij (non)coöperatief gedrag van de andere partij).
2. “Maar het debat, hoe lastig ook, is de moeite waard. Het gaat deels over fundamentele maatschappelijke vragen en dilemma’s. Vrijheid van meningsuiting versus fatsoen. Eigenbelang versus gemeenschapszin en solidariteit. Dit is het abstracte deel van het debat, waarin opnieuw wordt vastgesteld in wat voor land we met elkaar willen wonen.
Voor een ander deel gaat het, concreter, over ons gedrag in de publieke ruimte. Wie daar zijn ogen openhoudt, ziet naast veel moois, toch ook te veel lelijks. Lelijkheid in het groot: van wangedrag van voetbalsupporters, via een overdaad aan straatcriminaliteit tot bedreigingen aan het adres van politici. En lelijkheid in het klein: wangedrag in het verkeer, door medeburgers weggesmeten rommel op straat, botheid in de persoonlijke omgang. De eenvoudige constatering is dat de kwaliteit van de Nederlandse samenleving verbetert als dit soort verschijnselen wordt
teruggedrongen.” ³
“De westerse wereld is niet immoreel, ze lijdt aan een ander verschijnsel: een verlies van wellevendheid, een tekort aan goede manieren.”
Wat er aan de hand is, is het verval van datgene dat de sociale machine doet functioneren; een ineenstorting van wederzijdse tolerantie en respect, die, in een complexe, pluriforme samenleving, ruimte biedt aan het individu om zijn eigen leven in vrede te leven. Het verval berust op een conflict tussen het eigenbelang en dat van het geheel dienen. Ieder voor zich ziet dat als een dilemma, waardoor er niemand voor allen opkomt. Daardoor wordt tenslotte de uitkomst ongunstig voor iedereen.
“Onze beste hoop is dat we dat wederzijdse vertrouwen hervinden en bewaren waarop samenwerking is gebouwd en uiteindelijk het bestaan van de maatschappij afhangt.”
“Helaas probeert een steeds groter wordende minderheid telkens de regels naar de eigen hand te zetten. Zij stelt voorop wat haar uitkomt en hoe anderen haar ten dienste kunnen zijn. Alleen het eigen belang is wat telt.
De overheid heeft in het verleden nagelaten duidelijke grenzen te trekken tegen deze egoïstische graaicultuur, tegen deze alles-moet-kunnen-mentaliteit, tegen de macht-is-aan-de-sterkste-houding.
Ter wille van de lieve vrede werd te veel gedoogd en door de vingers gezien.
De laatste tijd groeit het verzet daartegen. Dat moet de overheid ondersteunen. Maar ook thuis, op school, op het werk en in vrije tijd en op clubs moet het voor en met elkaar weer de overhand krijgen ten koste van het voor zichzelf en tegen de ander.”
De assertieve levensstijl zit diep in onze cultuur verankerd. Er is dan ook geen simpele weg terug naar de orde van weleer. Vijftig jaar geleden was Nederland een hiërarchische samenleving, veel gedisciplineerder dan nu. Maar wie buiten de orde viel, kon rekenen op een behandeling die wij nu kil of zelfs immoreel zouden vinden.
De assertieve mens van tegenwoordig wil het maximale uit zijn leven halen. Hij meent recht te hebben op geluk en zelfontplooiing, en wil daarbij zo min mogelijk in de weg gelegd krijgen. Daarom heeft hij moeite met gezag, maar ook met tegenslag. In het geweld op tv en op straat herkent menige toeschouwer zijn eigen narcistische woede. En er is een hele generatie opgegroeid met het idee van de vrije opvoeding: wat niet wettelijk verboden is, mocht je dus gewoon doen.
“Ik zou het al heel wat vinden als mensen in het dagelijks verkeer nadenken over de vraag: wat is nou het effect van mijn gedrag op mijn onmiddellijke omgeving. Even acht slaan op de ander.” ⁷ (in geen jaren heb ik zoveel voorkomendheid in het verkeer ondervonden als in de dagen na de moord op Pim Fortuyn. Het kan dus wel, al is het maar even. (A.B.))
Op individueel niveau – als vluchten niet meer kan – is gelatenheid de voorkeursoptie (uiterlijk passief en onverschillig hoeft nog geen goedkeuring in te houden).
3. Fatsoen is het kenmerk van een samenleving, waarin medeburgers in hun onpersoonlijke contacten en toevallige ontmoetingen uit gewoonte elkaar welwillend bejegenen. Die burgers beseffen het grote voorrecht te leven in een samenleving waarin men er doorgaans op kan rekenen goedwillende en behulpzame mensen tegen te komen en vrij te zijn van schade en hinder door anderen. Dat gezamenlijke bezit maakt leven in de publieke ruimte voorspelbaar, veilig en aangenaam. Dat vraagt een vorm van meegevoel met anderen dat ervoor zorgt dat je niet regels volgt omdat het moet (of straf of schande oplevert) maar omdat je niet iemand wilt zijn die anderen verhindert een goed leven te leiden. Waarden en normen in het maatschappelijk verkeer zijn niet voldoende en voor sommigen zelfs niet nodig om een goed leven te leiden, maar niet-naleving ervan vormt een grote negatieve waarde en kan onherstelbare schade teweegbrengen.

Overwegingen op persoonlijk niveau
1. Avatar liep stuk in een bedrijfscultuur gekenmerkt door een ‘softe’ aanpak van problemen, die voor sociaal moest doorgaan. Zijn individuele opstelling was moreel juist. Maar zonder passende organisatie en middelen blijft zoiets zonder resultaat of werkt zelfs averechts.
2. Avatar had moeten proberen de cultuur in de organisatie te veranderen, hetgeen hem echter pas zou lukken in een hogere functie of na een cultuuromslag.
3. Mensen die integer zijn lopen in hun werk de kans om voorbijgestreefd te worden door mensen die het niet zo nauw nemen met regels en moraliteit.

Inhoudsopgave. Boesten, A.; Biografieën voor oordeelsvorming, gepubliceerd in: Boesten, A., Slagen met tegenslagen. De balans tussen je een ongeluk zoeken naar geluk en leven op goed geluk, Voorburg, 2010; ISBN 9781616278342

Concrete gevallen voor het beoefenen en beoordelen van levenskunde
De methode van de concrete gevallen
1. Socrates. Wijsheid is waardevoller dan erotische aantrekkingskracht
2. Nietzsche. Voldoening moet niet gezocht worden in comfort maar in de actieve confrontatie met tekortkomingen en tegenwerking
3. Calmeyer. Voortreffelijkheid in moreel opzicht kan samengaan met een ongelukkig leven en omgekeerd
4. Roker. Iets niet willen en toch doen: roken terwijl je wilt stoppen
5. Overspelige echtgenoot. Eerlijkheid en trouw tegenover zoveel mogelijk prettige ervaringen beleven
6. Brecht. Ontplooiing van persoonlijke kwaliteiten in een immoreel kader
7. Emma. Een deugdzaam karakter en rechtvaardigen van vergrijpen
8. Heinz. Meeleven met anderen. Moreel oordelen is een strijd tussen slechte en goede inzichten, niet tussen verstand en emotie
9. Primo Levi. Waardig en productief overleven na ondervonden terreur en wreedheden
10. Simón Bolívar. Levenskunst en voortreffelijkheid als staatsburger; een ongelukkig einde vanwege de onvervulde hoop op een betere wereld
11. Terroristische aanslagen in Amerika. Je verplaatsen in een ander, meevoelen met andermans ellende en/of analyse en oordeelsvorming.
12. Pim Fortuyn, een excentriek mens
13. Opkomst en ondergang van Enron. Verlies van persoonlijke integriteit in omstandigheden die men niet individueel onder controle heeft.
14. Miles Davis
15. Zondebok
16. Waarden en normen
17. Leren leven met een trauma: niet minder maar meer realiteitsbesef
18. Walter Avatar. Morele wijsheid en praktische haalbaarheid
19. De eerste liefde van Casanova. Doorgaan met een relatie wanneer je partner opeens ‘een heel ander mens’ wordt?

¹ Noordervliet, N., ‘Sociaal leerproces’, in: De Volkskrant, 19 november 2002.
² De naam is gefingeerd.
³ Broertjes, P., hoofdredacteur De Volkskrant.
⁴ Grayling, V., De kunst van het leven, Contact, 2002.
⁵ Redactioneel commentaar, De Telegraaf, 3 september 2002.
⁶ Redactioneel commentaar, De Telegraaf, 3 september 2002.
⁷ Donner, P. H., minister van Justitie in een interview, De Volkskrant, 17 september 2002.