48. Leiderschap in leven en werk

Vorm van het werk: tekst

Aard van het werk: oefenboek doe het zelf

Inhoudsopgave. Boesten, A.; Leiderschap in leven en werk. Oefeningen in zelfsturing; 2013.

ISBN 9789463861182

NUR 734

 

Deel I. Maken van een keuze uit de inhoud. Planning en voorbereiding van de manier van omgaan met de stof

I.1 Je eigen prioriteit bepalen om ergens actief aan te werken aan de hand van een zelftest

I.2 Stel een programma samen en voer het uit

Deel II. Probleemgericht werken. De op een probleem gerichte en snelle programma´s. Inleiding tot het oefenrepertoire

II.1 Levenskunst als persoonlijke stijl. (De letters A t/m M verwijzen naar de overeenkomstige delen van de inhoud van deel III en IV)

II.2 Weten wat je wil; doelen en een zin in het leven vinden.

II.3 De last van keuzevrijheid en van steeds-meer-willen verlichten. Van gestreste maximaliseerder naar tevredenheidsstrever

II.4 Ik ben onafhankelijk en assertief, maar wie of wat maakt me gelukkig?

II.5 Stop meer leven in je tijd: tijd van leven gebruiken om aan je karakter en je doelen te werken

II.6 Probleemgestuurd werken

Deel III. Thematische oefeningen

  1. Welke waarden kenmerken een goed leven? Ken jezelf en weet wat waardevol is
  2. Welke vaardigheden zijn nodig? Ontwikkel je kerncompetenties
  3. Welke maatstaven leg je aan en hoe bepaal je of je het goed doet? Zet de juiste deugd in in de mate en situatie waarin die aan de orde is
  4. Leren van anderen. Hoe zou jij het doen? Met kleine ingrepen een eigen stempel drukken
  5. Het kwaad dat goede mensen kunnen doen. Hoe moet je niet willen zijn? Maak het verschil
  6. Besluiten en acties die je genomen hebt: hoe heb je het tot dusver gedaan en hoe verder? Dénk niet alleen, maar wéét ook wat je een gelukkig en goed mens maakt
  7. Volg je redelijke behoeften en verlangens
  8. Bestrijd wat niet gewenst of te riskant is
  9. I. Hoe goed te leven

Deel IV. Oefeningen volgens de besturingscyclus

  1. Doelen kiezen, een zin in het leven vinden en samenhang bewerkstelligen. Wees realistisch in je opvattingen en wensen
  2. Plannen en acties bedenken voor een beter leven en mens-zijn. Willen wat je kunt. Wees praktisch en nuchter in je verwachtingen
  3. Uitvoering van plannen. Willen is nog geen doen: plannen zonder actie blijven dromen. Wees op een verstandige manier avontuurlijk
  4. Leren van ervaring. Geef gestalte aan wat in je vermogen ligt en sta voor gemaakte keuzes

Deel V. Rolmodellen en levensstijlen in de praktijk

V.1 Leren van anderen en van eigen ervaring

V.2 Het gebruik van concrete situaties voor het evalueren van gedrag en acties

V.3 Concrete gevallen. Ankerpunten voor beoordeling en een model voor scoring