5. Naar een uitdagende politieke ethiek.

Vorm van het werk: tekst

Aard van het werk: non-fictie. Bevindingen van onderzoek naar politiek-maatschappelijke invloeden op grond- en mensenrechten

Uit de inhoud
Democratieën hebben burgers nodig die sterk uiteenlopende belangen en standpunten kunnen verwoorden, die toekomstige regeringsleiders voortbrengen, en die machthebbers controleren. Burgers dienen opvattingen te hebben over kleuteronderwijs, kernwapens, gezondheidszorg en landbouw. Ze moeten zinnige dingen kunnen zeggen over de strijd tegen het terrorisme en het reguleren van banken, en over een enorm aantal andere onderwerpen. Burgers en media zijn de opleidingsinstrumenten van politieke leiders. Om als democratie te overleven, moeten politici mensen inspireren en mobiliseren, vooral de jeugd. Burgers kunnen anders minachting, woede of cynisme voor politiek ontwikkelen, zij kunnen hun pogingen tot betrokkenheid direct of indirect tegen zichzelf richten of radicaliseren in de richting van gewelddadige zelfdestructie, of hun eventuele politieke energie richten op slechts één kwestie. Politici moeten niet aarzelen hun structuren, denkpatronen en methodes aan te passen aan deze nieuwe wereld. Ex-politici (ministers) die tot gevangenisstraf zijn veroordeeld tasten het vertrouwen in gezagsdragers aan. Volksvertegenwoordigers die als bestuurders met onrechtmatige constructies de wetgeving omzeilen om een sociaal beleid te kunnen voeren, en om die reden uitgestoten dreigen te worden, vormen een illustratie van fundamentele ontwrichting van de rechts- en verzorgingsstaat en de democratie. Burgers gaan verlangen naar totalitaire leiders die de welvaart voorop stellen ten koste van grondrechten van de burgers. Een andere aantasting van individuele rechten en democratische besluitvorming ligt in de grote mate van invaliditeit waarmee wetenschappelijk onderzoek is behept (in een bepaalde evaluatie bleek 40% van de 100 psychologische onderzoeken niet herhaalbaar en slechts 10% van de ruim 50 medische wetenschappelijke studies). Dat maakt niet alleen politiek en bestuur omgeven van grote onzekerheden maar ook het individuele leven is daardoor fundamenteel onzeker. Het leiden van een goed leven staat bloot aan apathie, obscurantisme, existentiële onzekerheid, wantrouwen en autisme. De opleiding die burgers vanaf de basisschool meekrijgen is al decennialang aan van bovenaf door de politiek en de uitvoerig opgelegde reorganisaties en inhoudelijke veranderingen onderhevig met als gevolg dat de kloof tussen kansarme en kansrijke kinderen groter is geworden in westerse landen (Amerikaans onderzoek). Door een misvatting over kennis die voor iedereen zonder voorkennis toegankelijk is, zijn er generaties zonder voldoende basiskennis in deze complexe samenlevingen opgegroeid die vervolgens belast werden met de verantwoordelijkheid voor zelfstandig kiezen en handelen in een participatiesamenleving die door overheden geproclameerd wordt. Het probleem in het onderwijs is niet alleen dat leerlingen niet leren luisteren maar ook dat zij door gebrek aan kennis en inzicht geen tegenwicht kunnen bieden. Zij kunnen niet de juiste vragen stellen of de zwakke plekken doorprikken met enkel oplossingsvaardigheden en weinig vermogen om zelf te denken. Politieke macht is een afgeleide van de fundamentele menselijke waardigheid. Een politiek systeem heeft moreel gezag om verplichtingen te scheppen en naleving af te dwingen als het burgers behandelt met gelijke bezorgdheid en respect.
Socrates wilde niet voortleven in asiel door de wetten van de stadstaat te ontlopen. Zelfs hij kon geen volledig goed mens zijn in een slechte samenleving. Dat was tegen zijn missie die eruit bestond om mensen op straat aan het denken te zetten over goed leven. Een verlangen naar positieve ervaringen volstaat niet. Je moet je leven niet alleen een goed leven vinden maar ook vinden dat een goed leven zo hoort te zijn.
De enige vrijheid die die naam verdient is die van het nastreven van onze eigen levensdoelen op onze eigen manier dat mensen respect verdienen voor die vrijheid omdat het gaat om het enige leven dat zij hebben.
Morele basisrechten zijn rechten die niet herleidbaar zijn tot meer fundamentele rechten. Morele basisrechten zijn op de eerste plaats universeel; zij gelden voor iedereen, ook al worden zij niet erkend door wetgeving of resultaat-normen uit het utilisme. Ten tweede, morele rechten zijn gelijkheids-rechten. Bijvoorbeeld: het recht op leven geldt voor iedereen in gelijke mate. Ten derde, morele rechten zijn onopgeefbaar; zij kunnen niet afgenomen of overgedragen worden.
Het kan belangrijk zijn om beschermd te worden tegen storende invloed van anderen. Dan ontstaat er een recht. Daarmee kan de rechthebbende een claim leggen op het gedrag van anderen en de handelsvrijheid van de ander op een gerechtvaardigde manier beperken. In het geval van een wettelijk recht kan de overheid te hulp worden geroepen.
De rol van de overheid bij het verzekeren van vrijheidsrechten in het maatschappelijk verkeer is bij conflicten die van scheidsrechter en beschermer van de in het geding zijnde rechten.
Het ‘systeem’ is nodig om een gelijke vrijheid voor ieder op een optimaal niveau te garanderen. Op de eerste plaats is er het principe van gelijkheid bij het verdelen van publieke goederen. Op de tweede plaats is er het principe van vrijheid, tot uitdrukking komend in respect voor de persoonlijke bevoegdheid om van het leven een geslaagd leven te maken. Merk op dat hier in het kort en op abstract niveau een interactie tussen vrijheid en gelijkheid is geschetst. Dat maakt de kwestie van rechtvaardige politiek en uitvoering ingewikkeld, zoals we bij de toepassing van de principes zullen zien.
Daarnaast is er een geheel andere rol voor de overheid weggelegd op grond van de plichten die ontstaan uit de rol van ondersteuner en stimulator bij het goede leven. Hier is de overheid in zekere zin producent van zorg en diensten. Deze rol is in haar vervulling afhankelijk van materiële voorwaarden. Het correlaat van de rechten van burgers in dit domein is een prestatieverplichting van de overheid.
Waardigheid is een centraal bestanddeel van de intrinsieke waarde van het leven. Dat houdt in dat het belang van ieders leven erkend wordt en dat eindigheid een nederlaag betekent.
De zorgethiek lijkt vooral te wijzen op een ongemakkelijke waarheid: dat er veel mensen zijn, vaak in de marge van de samenleving, voor wie levenskunst een onhaalbaar ideaal is, een elitaire ver-van-mijn-bedshow. De presentatiemoraal vraagt om aandacht voor deze mensen.
De belangrijkste verdienste van de presentatiemoraal is dat ze tot nadenken stemt over het feit dat autonomie, zelfsturing wellicht niet voor alle mensen in gelijke mate zijn weggelegd.

Een brug tussen principes voor vrijheid, gelijkheid en waarde van het leven
Het basisprincipe luidt als volgt.
Iedere persoon heeft een gelijk recht op de meest uitgebreide basisvrijheden met bijbehorende verantwoordelijkheid voor de eigen persoon en levensinrichting, soortgelijke vrijheden van anderen respecterend.

Inhoudsopgave Boesten, A.; Het (on)geluk in Nederland te leven. Over vrijheid en gelijkheid in de verzorgingsstaat; 2015; ISBN 9785463189866
Trefwoorden: ethiek, autonomie, politiek, bestuur, verzorgingsstaat, vrijheid, gelijkheid, rechtvaardigheid, respect voor menselijke waardigheid
NUR 600, 805, 825,860

Voorwoord
Samenvatting
Inleiding
Opmaat: mens en moraal
Doel, taak en probleemstelling van dit boek
Een brug tussen principes voor vrijheid, gelijkheid en waarde van het leven
Deel I: Staat en maatschappij
Normale misstanden
Sigaren uit eigen doos
Leven in de slechtste van de beste werelden
Deel II: Levensterreinen
Zorg en voorzieningen voor gezondheidsrisico’s
Werkzekerheid, -inhoud, -beloning en –omstandigheden
Voorzieningen voor risico’s op het terrein van veiligheid en gezondheid bij het werk
Terug- en vooruitkijkend
Noten
Literatuurlijst